Willem van Oort, van ‘Gaming in Holland’, had me gevraagd te komen naar de Gaming in Holland conferentie, en me uitgenodigd deel te nemen aan het diner. Heel interessant voor een oud-gokker, om op het samenzijn van de gokbranche van Nederland aan te schuiven. Wel plaatste het me direct voor een dilemma.

Welke pet op?

Hoe moest ik daar naar toe? Namens de stichting Anonieme Gokkers Omgeving Gokkers? Namens ‘Pas op Gamen en Gokken’? Als zelfstandig ervaringsdeskundige? Ik was wat in de war en begreep niet zo goed waarom ik uitgenodigd werd eigenlijk. Interessant was het wel, want voor het eerst zouden er de ‘responsibility in gaming awards’ worden uitgereikt. Ik besloot als ‘Feite’ te gaan. Daar is eigenlijk niet zoveel mis mee, dacht ik nog. Al die petten zijn eigenlijk nergens voor nodig.

Buiten

Ik was wat te vroeg en besloot eerst even koffie te drinken op een terras in de buurt van ‘De Amsterdamse Hallen’, nee, niet te verwarren met de Amsterdamse Wallen, dat zou een zeer matige grap betekenen. Er schuin tegenover was een terras, waar een groepje mensen zich veel te luidruchtig te goed deed aan de nodige alcoholische versnaperingen. Ik liep er heen, maar meteen weer door. Vanaf een meter of tien zag ik de pakken en de mantelpakjes en overduidelijk de ‘Gaming in Holland’ badges al hangen. Overduidelijk mensen uit ‘de branche’ en even zonk me de moed weer in de schoenen. Het zit er nog steeds, merkte ik, de boosheid op ‘de branche’, gecombineerd met het verdriet en de pijn van de verslaving van toen.

Verderop

Gelukkig was er een terrasje verderop, buiten gehoorsafstand van dit te lawaaiige groepje dat op schoolreis leek. Een rasechte Amsterdamse serveerster kwam mijn bestelling opnemen, en al wachtend op m’n koffie probeerde ik me te herpakken en op te laden. ‘Waarom ben ik hier?’ vroeg ik me af. Ook: ‘Hoe lang blijf je de pijn nog opzoeken?’ en ‘Waarom doe je dit jezelf aan?’ Die laatste vraag hield me in mijn verslavingstijd ook al zo vaak bezig en nu weer. Ik appte Dorien, die me liet weten dat ik ook níet kon gaan. Ik overwoog het serieus, want voor mij blijft de branche ‘ziekmakend’ en ik wilde mezelf geen pijn doen. Toch begaf ik me naar binnen, de Hallen in.

Messi!

Er wordt druk genetwerkt binnen. Vlak voor het diner bestaat er de mogelijkheid om a raison van EUR 50,- een lot te kopen voor de loterij ten behoeve van de gehandicapte sporter. Ik kan geen lot kopen, want ik gok niet meer. Dit dilemma bespreek ik met een mevrouw van Holland-Casino en ergens zie ik er nu toch ook de humor wel van in. ‘Niet doen hoor, je zult zien dat jij anders wint!’ zegt ze. Ik weet dat ze gelijk heeft maar het voelt ook wat vervelend om dit op zich prachtige doel niet te steunen. Aan de andere kant: als ik zou winnen, wat moet ik in godsnaam met een gesigneerd shirt van Messi? Ik zou het niet eens passen, want Lionel heeft een compleet ander postuur dan ik, grap ik in mezelf.

De prijzen

Tijdens het diner worden de awards uitgereikt. Eén en ander wordt door een vrouwelijke cabaretier aan elkaar gepraat, die af en toe zeer zeker grappig is en ook eventjes haarfijn de vinger op de zere plek legt: ‘Waarom praten jullie steeds over gaming terwijl het gewoon keihard over gambling gaat?’ Ze heeft natuurlijk volkomen gelijk. De branche én alle centra en bedrijfjes die daar aan vast kleven weten dat natuurlijk ook. Spelen klinkt een stuk vriendelijker dan gokken, laten we eerlijk zijn. Ik ben de enige die lacht, geloof ik. Sommige prijswinnaars acteren alsof het om Oscars gaat. Behoorlijk pathetisch, en ik vraag me af wat de deelnemers van mijn AGOG groep van dit theater zouden vinden.

Bedenkingen

Met de nodige bedenkingen in mijn hoofd reis ik terug met de trein. De branche die zichzelf prijzen geeft op een platform gefinancierd door de branche. De vergelijking met de aloude WC-eend reclame dient zich wat op. De prachtige dag met voorlichtingslessen ‘game’ en ‘gokverslaving ‘ laatst op het Rhedens in Dieren die ik gaf, staat in schril contrast met deze avond. Ik ben blij dat ik als ‘Feite’ ben gegaan én dat ik overeind ben gebleven. Willem, bedankt, je hebt me een leerzame avond gegeven en van deze laatste zin is geen woord cynisch of zelfs maar sarcastisch.