Zeventien juni jongstleden was het burgerschapsdag. Een docente welzijn en zorg van ’t Rhedens had me gevraagd die dag om aan zes groepen middelbare school leerlingen een workshop te geven over gokverslaving. Zo afgesproken en zo ging ik vanuit Arnhem ’s morgens vroeg naar Dieren. Geen onbekend terrein, in Dieren en omstreken heb ik in het basisonderwijs op verschillende scholen veel gewerkt, als (invallend) leerkracht. Een heerlijke route langs de IJssel.
Aangekomen bij ’t Rhedens vond ik al snel de contactpersoon van deze burgerschapsdag, die me mijn tijdelijke lokaal wees. Een scheikundelokaal, met de altijd aanwezige douche, de kraantjes en wasbakken gemonteerd in de tafels. M’n stickje met PowerPoint tevoorschijn, en ingelogd op het digibord.
Bij het binnenkomen van de eerste groep pubers, hoorde ik opeens een bekende stem. ‘Hé, meester Feite!’ en even schrok ik. Voorlichting geven aan oud-leerlingen?

Niet iedereen wist op dat moment van mijn verslaafde verleden, al was ik al een heel eind met het komen uit de kast.

Ik wist z’n naam ook nog, en eigenlijk alle namen van de kinderen uit die bijzondere groep zeven die ik een aantal jaren geleden heb mogen draaien. Toen nog koud gestopt met gokken, maar dat wisten zij toen niet. Ook wisten zij toen nog niet, hoeveel ik toen zelf aan deze kinderen heb gehad. Hoe heerlijk het was om met hen te mogen werken na mijn crash als basisschooldirecteur en het beëindigen van mijn verslaving.

Een klas met 21 jongens en één meisje was het, en ik zal hen nooit vergeten.

Die dag kwamen in de wisselende groepen nog wat oud-leerlingen voorbij, en allemaal hebben ze nu de andere kant van meester Feite gehoord. Ik heb hen allemaal persoonlijk nog de hand geschud en hen bedankt. Zonder het geweten te hebben waren zij mijn steun en toeverlaat. Dank jullie wel, kinders!